De kwaliteit van het aquariumwater is belangrijk. Veel aquariumbezitters vinden dat water verversen niet nodig is, maar toch is het de oplossing om in het hedendaagse aquarium een optimale plantengroei te krijgen en de groei van alg zoveel mogelijk te beperken.

De verschillen met vroeger zijn:

  • De verlichting: het aquarium werd vroeger veel minder verlicht dan het huidige aquarium.
  • De aquariumplanten: de planten die vroeger het aquarium opsierden waren totaal anders dan de huidige plantensoorten. De cryptocorynen en de sagittaria’s die het toen in de slecht verlichte aquaria goed deden, stelden andere eisen aan het water dan de kleurrijke en fijnbladige planten die we nu gebruiken.
  • De waterkwaliteit: er is een duidelijk verschil in waterkwaliteit tussen vroeger en nu. Niet alleen is de zuurgraad en de hardheid in de loop der jaren veranderd, ook is men nu beter in staat allerlei andere stoffen, die in het water zijn opgelost, door meting aan te tonen.

Het kraanwater

Als we nu kijken naar het water dat uit de kraan komt dan vinden we niet alleen een hoge zuurgraad en de daarbij behorende hardheid, maar ook een hoog zoutgehalte en wat voor het aquarium belangrijk is, een hoog nitraat en fosfaatgehalte.

Er zit een heel groot verschil in de waterwaarden van kraanwater en van het water waar de aquariumplanten oorspronkelijk vandaan komen.

Als we naar het kalk/zoutgehalte in het water kijken, wat wordt weergegeven in het geleidend vermogen, dan komt er uit de kraan water met ongeveer 600 tot 800 microsiemens terwijl in natuurlijk water 40 tot 100 microsiemens normaal is.

Dezelfde vergelijking kunnen we maken met het nitraat (NO3) en met het fosfaat (PO4) gehalte. Uit de kraan komt water met nitraatwaarden van 10 mg/l tot 35 mg/l en fosfaatwaarden tussen de 1 mg/l en 2 mg/l. Natuurlijk water laat waarden zien die voor nitraat liggen tussen 0,005 mg/l en 5 mg/l en voor fosfaat tussen de 0,0 mg/l en de 0,5 mg/l.
Deze stoffen zijn voor de aquariumplanten zeer nuttig, maar zijn in het kraanwater in veel te hoge concentraties aanwezig.

Wat gebeurt er nog meer in het aquarium?

Niet geconsumeerd voer en uitscheidingsproducten van de vissen worden met behulp van zuurstof omgezet in nitraten en fosfaatverbindingen. De zuurstof moet geleverd worden door de planten. De planten kunnen dit echter alleen doen als ze goed groeien. Voor een optimale groei is water nodig wat juist arm is aan nitraat en fosfaat. De planten gebruiken deze elementen slechts in bijna niet meetbare hoeveelheden.

Bij overdosering van nitraat en fosfaat wordt de groei niet extra gestimuleerd maar juist afgeremd.

Welke waarden moet aquariumwater hebben?

Gebaseerd op de gemiddelde waarden die waargenomen zijn op de vindplaatsen van aquariumplanten zou het ideale aquariumwater er als volgt uit moeten zien. Achter deze ideale waarden vermelden wij ook de gemiddelde kraanwater- en osmosewateranalyse. Hieruit blijkt dat het kraanwater verre van ideaal is. Behalve toevoegen van diverse bacteriën kan ook het gebruik van osmosewater hier de helpen.
Om op korte termijn tot een ideaal aquariumwater te komen, raden we aan om iedere 14 dagen 30% van het aquariumwater te verversen. Gebruik hiervoor kraanwater en osmosewater in de verhouding 1:1.

Bij het verversen moeten waterverbeteringsmiddelen en nitrificerende bacteriën aan het water toevoegd worden. Het resultaat zal zijn dat de planten beter gaan groeien, de vissen beter op kleur komen en de alggroei sterk zal verminderen of zelfs verdwijnen.

Maar controle – meten is weten! – blijft noodzakelijk evenals matig voeren, terug zetten van de planten, verschonen van de pomp, enz. enz.